Voedselintoleranties vs. voedselallergieën – Het overzicht
Wat kom je in deze gids te weten?
1. Allergie en intolerantie - wat zit erachter?
2. Symptomen van een voedselintolerantie vs. allergie
3. Maatregelen om intoleranties en allergieën te herkennen
4. De bekendste voedselintoleranties
5. De meest voorkomende voedselallergieën
6. Pseudoallergie of echte allergie?
7. Voedingssupplementen tegen intoleranties en allergieën
1. Allergie en intolerantie - wat zit erachter?
Bijna 20% van alle Duitsers lijdt aan minstens één allergie [1]. Een e allergie, of die zich nu tegen voedingsmiddelen of pollen richt, berust op een storing van het immuunsysteem. Het lichaam ervaart bepaalde eiwitten, bijvoorbeeld van pinda's, als een bedreiging en zet een immuunreactie in gang. Eigenlijk onschuldige levensmiddelen kunnen daarmee snel gevaarlijk worden!
Volgens een enquête in opdracht van SPIEGEL ONLINE heeft in Duitsland 23% van de mensen te maken met voedselintoleranties [2]. Maar wat is nu het verschil tussen allergieën en intoleranties?
Terwijl allergieën immuunreacties zijn, berusten voedselintoleranties op een tekort aan bepaalde enzymen die verantwoordelijk zijn voor de vertering. Vaak is er ook sprake van een te geringe absorptiecapaciteit (beperkt opnamevermogen) van bepaalde voedingsbestanddelen. Daarom bestaat er bij een intolerantie een „dosis-effectdrempel”!
Kleine hoeveelheden van het levensmiddel worden in de regel nog verdragen. Hoe hoger de ingenomen hoeveelheid echter is, hoe erger de symptomen uitvallen. Bij een allergie kunnen daarentegen al kleine sporen van het voedingsmiddel heftige reacties veroorzaken [3].
2. Symptomen van een voedselintolerantie vs. allergie
De symptomen van een voedselintolerantie kunnen deels overlappen met die van een allergie. Bij een intolerantie treden echter geen roodheid en zwellingen direct na het eten van het voedingsmiddel op.
In de regel laten zich bij een intolerantie vooral verschillende spijsverteringsklachten merken. Na het eten kunnen onder meer een opgeblazen buik, buikpijn, diarree, traagheid, concentratieproblemen, hoofdpijn en hartkloppingen optreden.
Bij een allergie treden de eerste effecten in de regel al bij kleine hoeveelheden van het allergeen op. Zwellingen en roodheid tot hevige uitslag direct na het eten van het levensmiddel zijn geen zeldzaamheid. Omdat onze slokdarm en luchtpijp dicht bij elkaar liggen, kan het daardoor snel tot benauwdheid komen. Bovendien kan er allergisch astma optreden.
Hoofdpijn en vermoeidheid komen minder vaak voor, maar zijn ook mogelijk. In het ergste geval kan een anafylactische shock optreden [4]. Deze allergische shock kan zelfs levensbedreigend worden.
3. Maatregelen om intoleranties en allergieën te herkennen
Ligt het vermoeden voor de hand dat er een intolerantie is, dan is het zinvol een voedingsdagboek bij te houden. Daarmee ben je in staat te achterhalen bij welke levensmiddelen de oorzaak van de klachten ligt. Bestaat er een concreet vermoeden, dan zou het betreffende levensmiddel alleen gegeten moeten worden en niet met ander voedsel gemengd. Zo laat zich vaststellen welk levensmiddel verantwoordelijk is voor de reactie.
Belangrijk is dat je met kleine hoeveelheden begint. Vervolgens kan stapsgewijs worden verhoogd om te herkennen welke hoeveelheid tot een intolerantie leidt.
Is er via het voedingsdagboek al een overzicht verkregen, dan zou zeker een arts moeten worden geraadpleegd om de precieze oorzaken op te helderen. Problemen die optreden bij het drinken van melk zouden bijvoorbeeld aan een lactose-intolerantie kunnen liggen. Om de juiste behandeling in gang te zetten, moet vooraf duidelijk zijn welke diagnose er is.
Bestaat het vermoeden van een allergie, dan zou eveneens een arts moeten worden geraadpleegd. Die kan verschillende tests uitvoeren om vast te stellen tegen welk levensmiddel er een allergie bestaat. Daarbij worden bijvoorbeeld verschillende allergieoplossingen in de huid gewreven, geprikt of gespoten. Bovendien kunnen zogenoemde provocatietests worden uitgevoerd, waarbij het allergeen onder medisch toezicht wordt toegediend.
4. De bekendste voedselintoleranties
4.1 - Lactose-intolerantie
Ongeveer 15% van alle Duitsers [5] en 75% van de wereldbevolking [6] heeft een lactose-intolerantie . Die berust op een te geringe of uitblijvende productie van het enzym lactase. Dit enzym zorgt voor de splitsing van de melksuiker lactose (tweevoudige suiker) in glucose en galactose (beide enkelvoudige suikers), om in de dunne darm voor verdere energiewinning te worden opgenomen.
Bij de intolerantie komt de lactose in de dunne darm en werkt osmotisch. Ze bindt daar water en veroorzaakt diarree. Bovendien kan ze in de darm onder vorming van gassen door bacteriën worden gefermenteerd. Daardoor ontstaan winderigheid en buikpijn.
De oplossing: melkalternatieven
Wie met lactose-intolerantie toch zuivelproducten wil consumeren, kan teruggrijpen op lactosevrije melk, lang gerijpte kaas of het enzym lactase.
Bij een melkallergie is het weglaten van zuivelproducten de enige weg. Het goede nieuws: er zijn heel veel plantaardige alternatieven.
Haverdrink, amandeldrink, rijstdrink en sojadrink zijn de meest gangbare alternatieven. Die kun je zelf maken of kant-en-klaar kopen. Ook veganistische yoghurt- en kaasalternatieven worden steeds populairder.
4.2 - Fructose-intolerantie
De in de volksmond als vruchtensuiker aangeduide fructose duikt in twee vormen op: als fructose zelf of als sacharose (kristalsuiker). Sacharose bestaat uit één molecuul fructose en één molecuul glucose en wordt in de dunne darm in beide moleculen gesplitst.
Bij een intolerantie kan de fructose door de dunne darm niet of in te geringe mate worden opgenomen. De fructose komt in de dunne darm en kan verschillende klachten in het maag-darmkanaal veroorzaken. Daartoe behoren winderigheid, buikpijn, diarree en maagkrampen. Deze intolerantie heeft verschillende gradaties en blijft vaak lang onopgemerkt!
4.3 - Sacharose-intolerantie (suikerintolerantie)
Sacharose
(tweevoudige suiker) heeft voor de splitsing het enzym sacharase nodig om daarna door de dunne darm te worden opgenomen. Ontbreekt dit enzym, dan komt de sacharose eveneens in de dunne darm. Daar kan ze vergelijkbare klachten als een lactose-intolerantie uitlokken.
4.4 - Sorbitolintolerantie
De suikeralcohol sorbitol komt van nature in vruchten voor en wordt als suikervervanger gebruikt. Ook bij sorbitol kan de opname in de dunne darm verstoord zijn. De symptomen lijken op die van een lactose-, fructose- en sacharose-intolerantie [7].
De oplossing: suikeralternatieven
- Er zijn inmiddels veel mogelijkheden voor mensen die geen fructose of kristalsuiker verdragen en toch hun gerechten willen zoeten.
Xylitol Xylitol is ook bekend onder de naam berkensuiker. Het is een suikeralcohol en komt voor in planten zoals berken en in verschillende vruchten. Zijn zoetkracht komt overeen met die van suiker, maar zijn caloriegehalte is ongeveer 40% lager
- . Bovendien heeft xylitol maar een geringe invloed op de insulinespiegel vergeleken met kristalsuiker. Ook veroorzaakt xylitol in tegenstelling tot gewone suiker geen cariës [8].
- veroorzaken!
Rijststroop Rijststroop is een zoetmiddel dat oorspronkelijk uit Japan komt. Het
wordt gemaakt van rijstmeel onder toevoeging van water en natuurlijke enzymen en tot een stroop ingekookt. Zijn voordeel is dat hij van nature geen fructose bevat. Wel bevat hij glucose (enkelvoudige suiker), maltose (tweevoudige suiker) en oligosachariden (meervoudige suikers). Bovendien zitten er nog mineralen in. Qua smaak is rijststroop minder zoet dan suiker en heeft vaak een lichte karamelnoot
- . Inmiddels is hij ook als poeder verkrijgbaar. Hij kan dienen als vervanging voor personen die fructose vermijden [10].
Stevia Deze plant uit Zuid-Amerika is in de EU sinds 2011 als zoetmiddel toegelaten. Ze bevat de voor de zoetheid verantwoordelijke steviolglycosiden, die 200-300 keer zoeter dan suiker zijn. Omdat stevia niet wordt gemetaboliseerd, heeft het geen calorieën
en heeft het geen invloed op de bloedsuikerspiegel. Ook stevia biedt cariësbacteriën geen substraat, waardoor door dit zoetalternatief geen cariës ontstaat. Stevia is verkrijgbaar in bladvorm, als extract of als zuivere steviolglycosiden. Omdat het tot een temperatuur van 200 °C hittestabiel is, leent stevia zich zeer goed om te bakken. Dit zoetalternatief heeft echter een eigen smaak die bij te grote hoeveelheden in het bittere kan overgaan [11].
De oplossing: tarwealternatieven en glutenvrije meelsoorten Er zijn tegenwoordig veel alternatieven om niet te hoeven afzien van brood, pasta, koekjes en taart. De volgende meelsoorten zijn glutenvrij: haver, boekweit, rijst, maïs, teff (gierst), quinoa en amarant . Ook notenmeel zoals amandelmeel of meel van peulvruchten - zoals bijvoorbeeld - kikkererwtenmeel
- kunnen worden gebruikt. Om de ontbrekende kleefeigenschappen van tarwemeel te compenseren, zijn er veel alternatieven zoals chiazaad, lijnzaadmeel of psylliumvezels. Niet alleen meelsoorten, maar ook veel andere producten zijn inmiddels glutenvrij verkrijgbaar. Er zijn bijvoorbeeld glutenvrije pasta's zoals rijst-, maïs-, boekweit-, linzen- of erwtenpasta
. Ook kant-en-klare taarten, koekjes of bakmixen zijn inmiddels als glutenvrij alternatief te krijgen.
4.6 - Histamine-intolerantie
Histamine werkt in het menselijk organisme als hormoon en neurotransmitter. De stof ontstaat vooral wanneer levensmiddelen rijpen. Ze kan echter ook in enkele verse levensmiddelen voorkomen. Kan het lichaam niet voldoende enzymen produceren om het histamine uit de voeding af te breken, dan is er sprake van een histamine-intolerantie. Na een maaltijd treden vaak huidroodheid, huiduitslag, jeuk, een loopneus of verstopte neus, misselijkheid, braken, diarree, problemen met het hart- en vaatstelsel, hoofdpijn (ook migraine), circulatieproblemen en hartkloppingen
op [14]. Omdat het histaminegehalte in levensmiddelen met de bewaartijd toeneemt, is het aan te bevelen zo vers mogelijke levensmiddelen te eten. Toch moet een speciaal dieet worden gevolgd en moeten sommige levensmiddelen worden vermeden. Tot histaminerijke levensmiddelen behoren bijvoorbeeld chocolade, tomaten, noten, citrusvruchten en varkensvlees
[14]. Ook alcoholische dranken bevatten histamine. De aanwezige hoeveelheid is echter meestal zo gering dat mensen met histamine-intolerantie vaak geen problemen ervaren. De alcoholische drank met het hoogste histaminegehalte is rode wijn [15].
5. De meest voorkomende voedselallergieën Bijna 20% van alle Duitsers
lijdt aan minstens één allergie[16]. Die kan door bepaalde levensmiddelen of stoffen worden uitgelokt. Er zijn 14 levensmiddelen
die de meest gebruikelijke allergenen vormen. Dat zijn eieren, pinda's, vis, schaaldieren, glutenhoudende granen, noten, weekdieren, soja, lupine, sesamzaad, mosterd, selderij, melk en lactose en zwaveldioxide en sulfieten [17].
Ook sieraden (nikkel), textiel, desinfectiemiddelen, dieren, latexproducten, medicijnen en veel andere stoffen kunnen allergieën uitlokken [18].
Notenallergie Een van de meest voorkomende voedselallergieën
is de notenallergie. Wie op dit allergeen reageert, hoeft echter niet per se allergisch te zijn voor alle notensoorten. De volkstalige aanduiding „noot” betekent bovendien niet altijd dat het botanisch gezien ook om een noot gaat. Ook noten, steenvruchten en peulvruchten
kunnen deze reacties uitlokken, omdat ze sterk op noten lijken. Daarom gaan we hierna niet verder in op botanische vaktermen, maar spreken we in de volksmond van noten. Volgens de huidige stand van het onderzoek heeft ongeveer 1,4% van de Europese bevolking
een notenallergie [19]. Het vaakst treedt een allergie op tegen de peulvrucht pinda. Hazelnoten, walnoten, amandelen, cashewnoten, pecannoten, macadamianoten, paranoten en pistachenoten zijn eveneens vaak verantwoordelijk voor allergische reacties. Afhankelijk van de ernst van de allergie moet worden besloten of het volstaat de noten zelf te vermijden. Mogelijk zou daarnaast moeten worden afgezien van producten die sporen van noten

kunnen bevatten. Bovendien zou bedacht moeten worden dat de oliën van de betreffende noten allergische reacties kunnen oproepen [20].
De oplossing: notenalternatieven Bij een notenallergie zijn er echter ook alternatieven om gezonde vetten en eiwitten te consumeren. Zaden en pitten zoals lijnzaad, chiazaad, maanzaad, zonnebloempitten of pompoenpitten
lijken qua samenstelling sterk op noten. Hennepzaad
is botanisch gezien ook een noot. Die heeft echter een lager allergeenpotentieel en is rijk aan goede vetten, eiwitten en mineralen.
Kokosnoten en aardamandelen dragen het woord „noot” in de naam, maar behoren er botanisch gezien niet toe. Ze worden door de meeste allergiepatiënten goed verdragen [21]. Ook olijven en avocado's zijn goede vetleveranciers.
Die kunnen als alternatieven voor noten dienen om voldoende voorzien te blijven en een gezond voedingspatroon aan te houden.
Kruidenallergie Juist in de kersttijd wordt er flink verfijnd met kruiden zoals kaneel, vanille, kardemom, anijs en dergelijke, maar die kunnen .
voor sommige allergiepatiënten een probleem worden Wie allergisch is voor bepaalde pollen, kan vaak een zogenoemde kruisallergie hebben. Zo zit er in berkenpollen bijvoorbeeld een eiwit dat de pollenkorrel tegen bacteriën beschermt. Dit eiwit zit ook in voedingsmiddelen zoals appels, wortels en noten
[22]. Reageert het lichaam daar allergisch op, zoals bij 70% van de berkenpollenallergiepatiënten, dan spreekt men van een kruisallergie. Dat kan helaas ook gelden voor bepaalde kruiden, die afhankelijk van het type pollenallergie een kruisreactie kunnen oproepen. De klassieke speculaaskruiden (of bijvoorbeeld kerrie) kunnen .
allergische symptomen oproepen Pollenallergiepatiënten die niet weten of ze de speculaaskruiden verdragen, zouden eerst met kleine hoeveelheden moeten aftasten.
Zo kunnen misselijkheid en heftige reacties worden vermeden [23].
met zo min mogelijk additieven[24].
7. Voedingssupplementen tegen intoleranties en allergieën Voedingssupplementen kunnen op veel levensgebieden ondersteunen. Nu rijst de vraag of ze ook bij intoleranties en allergieën kunnen helpen. Het antwoord is eenvoudig: .
ja Histamine speelt bij het optreden van allergische reacties een centrale rol. Gelukkig zijn er enkele voedingsstoffen die volgens actueel onderzoek de histaminespiegel kunnen verlagen
!
Quercetine – voor allergiepatiënten Quercetine is een van nature voorkomende secundaire plantenstof uit de groep van de flavonoïden. Deze veelbelovende voedingsstof met antioxidatieve werking krijgt steeds meer aandacht voor de behandeling van allergieën. Veel artsen zien in quercetine een veelbelovende kandidaat voor een natuurlijke
verlichting van allergiesymptomen.
Studie bewijst de werkzaamheid In een Japans onderzoek remde quercetine significant de antigeengestimuleerde histamineafgifte . De werking van quercetine was bij dezelfde concentratie bijna twee keer zo sterk
als die van natriumcromoglicaat. Natriumcromoglicaat is een gebruikelijk hooikoortsmiddel.
Daarom ligt het vermoeden voor de hand dat mensen die aan gezwollen slijmvliezen lijden, baat kunnen hebben bij quercetine [25]. Vast staat: quercetine heeft volgens verschillende studies een positief effect op de stabilisatie van de afweercellen
. Die zijn op hun beurt verantwoordelijk voor de afgifte van histamine. De afgifte van stoffen die voor de allergische reacties verantwoordelijk zijn, wordt verminderd. Zo vallen zowel de symptomen als de allergische reactie zelf zwakker uit. Om het beste effect te bereiken, wordt de preventieve quercetinesuppletie
twee weken voor het contact met allergenen aanbevolen [26, 27].
histamineconcentratie in het bloed exponentieel stijgt. Een evenwichtige vitamine C-voorziening ligt gewoonlijk bij 0,5 tot 1,5 mg per 100 ml [29]. Bij een ascorbinezuurspiegel onder 0,7 mg per 100 ml treedt een stijging van de bloedhistaminespiegel op. Die bevordert op zijn beurt allergieën [30]. Een studie van de Universiteit Erlangen liet zien dat vitamine C de serumhistamineconcentratie beïnvloedt. Patiënten die aan allergieën of infectieziekten leden, kregen een hoge dosis vitamine C intraveneus toegediend. Vervolgens kon een
significante daling van de histamineconcentratie
worden vastgesteld. De daling bij de patiënten met allergische aandoeningen was zelfs groter dan bij de patiënten met infectieziekten [31]. Vitamine D – de zonnevitamine Om het immuunsysteem volledig te laten functioneren, is eveneens een toereikende
vitamine D3 -voorziening in het lichaam essentieel.
Vitamine D dient als boodschapperstof voor de aansturing van ons immuunsysteem. Onze menselijke immuuncellen zoals B-cellen, T-cellen en antigeenpresenterende cellen hebben allemaal vitamine D3-receptoren. Niet voor niets kan vitamine D de aangeboren aanpassing van onze immuunreactie beïnvloeden. Vitamine D beschermt het lichaam tegen zelfaanvallen, omdat het eigen en lichaamsvreemde cellen niet kan onderscheiden. Daarom wordt vitamine D ook immunomodulator genoemd [32,33,34]. Een tekort aan vitamine D wordt geassocieerd met een verhoogde auto-immuniteit
en een verhoogde vatbaarheid voor infecties [35,36].
Vast staat dat de UVB-straling in de winter te gering is om voldoende vitamine D te produceren [37]. In Duitsland heeft ca.
60% van de bevolking
volgens internationale criteria te weinig vitamine D. Dit is het geval wanneer de waarde onder 50 ng/ml in het bloedserum ligt [38]. Er zouden minstens waarden tussen 40-50 ng/ml in het bloedserum moeten worden bereikt [39]. Het spoorelement zink Verder wordt het immuunsysteem beïnvloed door het .
essentiële spoorelement zink
. De relatie tussen zink en het immuunsysteem is complex, omdat het op verschillende manieren invloed uitoefent. Het fungeert als belangrijke cofactor voor meer dan 300 enzymen Het enzym DAO (diamineoxidase) is een enzym dat afhankelijk is van zink. Het is betrokken bij de afbraak van histamine in het lichaam [40,41].
Het is dus geen wonder dat veel artsen allergiepatiënten aanbevelen hun zinkstatus te laten controleren. Een zinktekort kan de weerbaarheid van het immuunsysteem sterk aantasten. Zelfs een gering tekort kan al invloed hebben op het immuunsysteem. Daarom wordt bij een acuut tekort een verhoogde zinkinname aanbevolen [42,43,44,45].
32% van de mannen en 21% van de vrouwen haalt de aanbevolen referentiewaarden voor de dagelijkse zinkinname niet. In de leeftijdsgroep van 65 tot 80 jaar is zelfs 44% van de mannen en 27% van de vrouwen getroffen[46]. Brosse nagels met witte vlekken en groeven zijn bijvoorbeeld een sterke aanwijzing voor een tekort [47].
Wie vermoedt dat zijn allergiesymptomen samenhangen met een zinktekort, zou zijn